2016-05-25 - Het is volstrekt normaal als kinderen van anderhalf masturberen. Maar waarom weet niemand dat dan?

Bron: De Correspondent- Daan Borrel

Vier op de tien meisjes hebben last van grensoverschrijdend seksueel gedrag. De helft van de jongens reageert negatief op homoseksualiteit. Goede voorlichting kan seksualiteit en het gesprek erover verbeteren. Maar een overzicht van wat eraan gedaan wordt, ontbreekt.
Het is volstrekt normaal als kinderen van anderhalf masturberen. Maar waarom weet niemand dat dan?

Op een bankje zitten drie middelbare scholieren. Twee meisjes, een jongen. De jongen en een meisje vinden elkaar overduidelijk leuk – hun handen die elkaar telkens vinden – het tweede meisje is er om de eerste te ondersteunen.

Als ik aangeef iets te willen vragen over seksuele voorlichting op hun school, kijken ze me aan alsof ik gek ben. Ja, ze krijgen seksuele voorlichting op school, en ja, dat is fijn, zeggen ze – mijn blik ontwijkend. Soms weten ze wat de leraar vertelt al lang, soms leren ze wat bij.

Foto: Eline van Strien (voor De Correspondent)
Foto: Eline van Strien (voor De Correspondent)
Op de vraag wat ze dan leren en hoe vaak ze seksuele voorlichting krijgen, ontstaat een discussie. Als de conclusie blijkt dat ze het antwoord niet weten, keert de ongemakkelijkheid terug. Ze besluiten te gaan. 'Dag mevrouw.'

De afgelopen drie weken onderzocht ik de staat van de Nederlandse seksuele voorlichting. De discussie van de drie tieners lijkt er symbool voor te staan: niemand heeft een overzicht van wat er precies gedaan wordt.

Terwijl het onderwijs (basis- en middelbaar) sinds 2012 verplicht is aandacht aan het onderwerp te besteden, zijn scholen vrij in hoe ze dat doen. Een toetsing van dat kerndoel bestaat niet. Laat staan dus een overzicht van bovenaf.

Als niemand weet hoe het staat met de Nederlandse seksuele voorlichting, is die dan wel goed genoeg?

Wat weten we?

Kenniscentrum seksualiteit Rutgers wil dat er een explicieter curriculum voor seksuele vorming komt en dat weerbaarheid een vast onderdeel wordt. Volgens Rutgers hebben vier op de tien meisjes last van grensoverschrijdend seksueel gedrag en reageert de helft van de jongens negatief op homoseksualiteit. Afgelopen week gaf presentatrice en seksuologe Goedele Liekens daarom seksles in de Tweede Kamer.

Vier op de tien meisjes hebben last van grensoverschrijdend seksueel gedrag
Want zelfs Rutgers heeft geen overzicht wat er precies aan seksuele voorlichting gedaan wordt op scholen. Wel zegt het kenniscentrum dat het vooral goed gaat in de regio’s Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant, omdat de plaatselijke GGD’s veel ondersteuning geven aan scholen.

Maar eigenlijk weet je dan nog maar weinig, zegt Maeva Bonjour van GGD Gelderland-Midden. ‘Misschien leggen scholen de materialen na één keer gebruiken in de kast.’

Scholen kunnen ook op andere manieren voorlichten. Ineke van der Vlugt van Rutgers: ‘Omdat scholen vrij zijn in hoe ze vorm geven aan seksuele diversiteit en relationele vorming, biedt de ene school elk schooljaar een uitgebreid lesprogramma, maar vertelt een andere school alleen de biologische informatie over soa's en het voorkomen van zwangerschappen.’

Wat gaat er dan mis?

Maar als je vraagt hoe het met de seksuele voorlichting staat, stel je de verkeerde vraag, meent pedagoog Channah Zwiep (53). Die zou eigenlijk moeten zijn: hoe gaat het met de seksuele opvoeding van jonge kinderen?

Als seksuele voorlichting pas op de middelbare school gebeurt, is dat volgens Zwiep te laat. Seksuele opvoeding gaat – naast de technische informatie – ook over omgaan met intimiteit, hechting en vertrouwen, over omgaan met lichamelijkheid en begint idealiter al bij de geboorte.

'Het beste is deze informatie stapsgewijs op te bouwen. Op zijn of haar achtste moet een kind de basisinformatie weten. Daarna vindt een kind het namelijk algauw gênant om met zijn of haar ouders over seksualiteit te praten. En vanaf de puberteit heb je als ouder nog maar weinig invloed.'

Maar die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de ouders. Sinds vier jaar geeft Zwiep het keuzevak seksuele opvoeding op de Universiteit van Amsterdam. 'Daarvoor studeerden ladingen pedagogen af zonder iets over seksuele ontwikkeling van kinderen te leren.'

Foto: Eline van Strien (voor de Correspondent)
Foto: Eline van Strien (voor de Correspondent)
Deze onwetendheid over seksuele opvoeding, samen met de media-aandacht voor incidenten van seksueel misbruik van kinderen, hebben bijgedragen aan een vrij hysterische samenleving waarin de sfeer nogal gespannen is wat betreft kinderen en seksualiteit, meent Zwiep. Ouders en begeleiders zijn gericht op oversignaleren. ‘Als een kleuter nieuwsgierig is naar de piemel van een klasgenootje, schrikken opvoeders zich rot.’

Sinds de zaak-Robert M. heeft ongeveer 40 procent van de kinderopvangorganisaties een pedagogisch beleid over seksualiteit opgesteld, schat Zwiep. Daarin staat bijvoorbeeld dat begeleiders ontspannen moeten omgaan met seksuele gevoelens van kinderen en zijn afspraken opgenomen voor woorden voor geslachtsorganen.

Maar, zegt Zwiep, professionele opvoeders in de kinderopvang, op scholen, de hulpverlening en op consultatiebureaus krijgen zelf nog te weinig scholing over de positieve invalshoek van seksualiteit.

Terwijl iedereen volgens Zwiep zou moeten weten dat het bij de ontwikkeling past als kinderen van anderhalf masturberen. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat het prettig aanvoelt als ze tegen een grote knuffel aanrijden.

Ook moeten opvoeders weten dat kleuters ‘doktertje’ spelen. Niks geks aan, zegt Zwiep, als kinderen elkaar bekijken en aanraken. 'Al schrikken ouders of begeleiders daar vaak van. Moeders, weet ik uit eigen onderzoek, verbieden dit terwijl vaders wat relaxter zijn.'
Het beste is om als ouder seksualiteit bespreekbaar te maken. 'Benoem het gedrag, vertel jouw norm, leg die uit en biedt een positief alternatief. En bedenk altijd: het zijn kinderen, ze bedoelen het niet hetzelfde als volwassenen.’

En waarom gaat het mis?

Seksuele vorming centraal organiseren, dus niet alleen door ouders of opvoeders, is bijna onmogelijk. Dat zegt Juliëtte van Paridon (37), eindredacteur bij de NTR en zelf moeder van drie kinderen, bij een kop koffie in een bruin café in Amsterdam. ‘Het is echt iets anders dan geschiedenis of wiskunde. Met seksuele voorlichting kun je nooit iedereen bedienen.’

Van Paridon kan het weten, want drie jaar geleden, toen seksualiteit net een verplicht schoolonderdeel werd, besloot ze een kinderprogramma over seksualiteit voor de schooltelevisie te maken: Dokter Corrie.

En waarom gaat het mis?

Seksuele vorming centraal organiseren, dus niet alleen door ouders of opvoeders, is bijna onmogelijk. Dat zegt Juliëtte van Paridon (37), eindredacteur bij de NTR en zelf moeder van drie kinderen, bij een kop koffie in een bruin café in Amsterdam. ‘Het is echt iets anders dan geschiedenis of wiskunde. Met seksuele voorlichting kun je nooit iedereen bedienen.’

Van Paridon kan het weten, want drie jaar geleden, toen seksualiteit net een verplicht schoolonderdeel werd, besloot ze een kinderprogramma over seksualiteit voor de schooltelevisie te maken: Dokter Corrie.


Dokter Corrie over zoenen.

Haar uitgangspunten voor het programma: er moeten Bekende Nederlanders in, het moet humor hebben en de spanning die om het onderwerp hangt moet gebruikt worden. En, ook niet onbelangrijk: het moet de leuke kanten van seksualiteit laten zien. Van Paridon: 'Daar zijn Nederlanders niet zo goed in.'

Maar niet iedereen was blij met de hysterische en stotterende ('stijve p-p-p-p-piemel') dokter met haar roze bloesjes, parelketting, witte doktersjas en beugel die elke aflevering een spannende vraag beantwoordt. In 2013 boden boze ouders de petitie ‘Stop Dokter Corrie’ (inmiddels 12.389 handtekeningen) aan, aan de Tweede Kamer. Het programma zou ‘raar’ en ‘ordinair’ zijn, de NTR zou aan ‘staatsopvoeding’ doen.

'Ouders zijn bang dat hun kind er nog niet klaar voor is. Terwijl we dagelijks overladen worden met vragen van jonge kinderen'
Inmiddels is Dokter Corrie geen onderdeel meer van Schooltv-weekjournaal en heeft de seksuele voorlichter een eigen show. Een opluchting voor bezorgde ouders, maar zelfs nu het buiten de scholen omgaat, ligt het onderwerp nog gevoelig. Toen Goedele Liekens vorige week seksuele voorlichting in de Tweede Kamer kwam geven, wilde de SGP daar onder meer niet bij zijn omdat er een filmpje van Dokter Corrie werd vertoond.

Wat het Van Paridon vooral leerde: met seksuele voorlichting bereik je niet iedereen. 'Het is zo’n persoonlijk onderwerp. Je kunt alleen proberen zo min mogelijk normatief te zijn. Het programma is altijd bedoeld als aanleiding tot een gesprek, maar dat ziet niet iedereen zo. Ouders zijn daarnaast bang dat hun kind er nog niet klaar voor is. Terwijl we dagelijks overladen worden met vragen van jonge kinderen.'

En: het internet

En dan is er natuurlijk nog het internet. De plek waar jongeren veel pornografische beelden voorgeschoteld krijgen, maar waar idealiter ook iedereen toegang heeft tot goede seksuele voorlichting. Bij Dokter Corrie schrikken ze weleens van de eentonige pornografische beelden. Daarom maakten ze een vagina- en piemelmemoryspel om een realistischer beeld te geven. De nieuwste ontwikkeling daar: seksuele voorlichting door vloggers, op vragen van hun jonge kijkers.
Zo werkt Dokter Corrie nu samen met StukTV, twee jonge mannelijke vloggers. En ook Soa Aids Nederland (met de GGD’s en Rutgers aanbieder van Sense) werkt regelmatig met vloggers.
Dat deden ze voor het eerst in 2011, toen ze met vloggers de televisiespotjes voor de ‘Vrij veilig of vrij niet’-campagne maakten. Een actie bedoeld om jongeren, naast de seksuele voorlichting die ze idealiter in de tweede klas krijgen, vaker te herinneren aan hun seksuele weerbaarheid. De vloggers bedachten bijvoorbeeld de titel ‘Zonder hoesje ga ik niet in je poesje.’ De spotjes werden een succes: op YouTube zijn ze inmiddels 2,5 miljoen keer bekeken. Sowieso wordt de website van Sense vaak bezocht door jongeren, zo’n twee miljoen keer per jaar.

Dus wat kan er nog beter?

Is de seksuele voorlichting in Nederland goed genoeg? Beter dan de seksuele opvoeding, lijkt. Er is minder onwetendheid, aanbod en een groeiende groep mensen die zich erop toelegt.

Foto: Eline van Strien (voor de Correspondent)
Foto: Eline van Strien (voor de Correspondent)
‘Als we kijken naar de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland,’ zegt Ineke van der Vlugt van Rutgers, ‘dan doen de meeste jongeren het goed in vergelijking met andere landen. Maar de cijfers van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn nog zorgwekkend: 17 procent van de meisjes maakt dit mee en 5 procent van de jongens.’

Ook het accent van seksuele voorlichting op middelbare scholen mag wel iets verschuiven, vindt Eva Berghaus (31) van Sexmatters, Lees hier meer over Sexmatters. een jonge stichting die vernieuwende seksuele voorlichting geeft aan jongeren van vijftien tot en met twintig in Amsterdam en omstreken.

Niet de kennisoverdracht is het belangrijkst bij vijftienjarigen, maar de dialoog. Seksuele voorlichters zijn idealiter mensen die alle vragen van jongeren beantwoorden. Op gevoel, zonder het boekje. In het verlengde daarvan hoeft seksuele voorlichting – naast de traditionele kennis over soa’s en zwangerschap – er ook niet op elke school hetzelfde uit te zien.

'We zagen dat de meeste seksuele voorlichting in Nederland maar één focus had,' vertelt oprichter Berghaus – kort, wit gebleekt kapsel, zacht gezicht, van oorsprong antropologe – in een oud klaslokaal in Amsterdam-West. 'Of het gaat alleen over homo’s, puur over weerbaarheid van meisjes of is alleen gericht op de omgang met sociale media. Wij willen het daarom zo breed mogelijk aanpakken; het over seks, gender en identiteit laten gaan. En de lessen positief houden, niet alleen op preventie gericht.'

'Je hoeft niet eens meer te vertellen dat je grenzen moet accepteren. Dat vertellen ze elkaar'
Ook Rutgers geeft aan dat de inhoud van hun lespakketten breder wordt. Er komt steeds meer aandacht voor relatievorming, de voorbereiding op seksuele activiteit en hoe je seksueel contact niet alleen een veilige, maar ook prettige invulling geeft.

En Bonjour van GGD Gelderland-Midden ziet het aanbod groeien. ‘Naast de traditionele kennisoverdracht over het lichaam komen juist die relationele aspecten, normen en waarden, meer aan bod. Dat maakt het tegelijkertijd moeilijker voor docenten, het komt dichterbij en vraagt een andere didactische aanpak.’ Bij GGD Gelderland-Midden adviseren ze docenten zelf lessen te geven. Bonjour: ‘Dan kunnen leerlingen na de les ook nog bij hun docent met vragen terecht.’

De workshops van stichting Sexmatters duren meestal 1,5 uur en de groep bepaalt grotendeels de thema’s die aan de orde komen. Eerst laten de twee workshopleiders, man en vrouw, wat korte filmpjes zien van kunstenaar Frederick Calmes. Daarna mogen leerlingen op briefjes anoniem hun vragen opschrijven.

‘Hoe spreek je vrouwen aan?’ is een vaak gestelde vraag, en ‘Wat vinden meisjes/jullie lekker?’ is ook populair. 'Wat denk je zelf?' vraagt de (jonge en hippe) begeleider dan.

Maar wanneer is een les dan geslaagd bij Sexmatters, zonder vooropgezet plan? 'Als er een gesprek is geweest. Zodra er een open sfeer ontstaat, zie je dat leerlingen elkaar dingen leren. Je hoeft niet eens meer te vertellen dat je grenzen moet accepteren. Dat vertellen ze elkaar.'

Het belangrijkste is, denkt Berghaus, dat duidelijk wordt dat seksualiteit heel divers is. 'Mijn seks is niet de jouwe.'